Mijn naam is Niels de Jonge. Ik ben 33 jaar, geboren in de Stad, getogen in Tolbert en woonachtig in Leek. Ik heb Nederlands gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en werk momenteel als nachtportier bij Hotel Van der Valk en als fractie-assistent voor de Partij voor de Vrijheid in de gemeenteraad van Groningen. Als hobby’s en interesses heb ik lezen, politiek (al sinds de middelbare school), geschiedenis, talen, culturen en sport – zowel actief als passief.
Na vorig jaar de cursus Politiek Actief in de gemeente te hebben gevolgd ben ik lid geworden van VZ Westerkwartier. Dit omdat zij een lokale partij is met nuchtere, realistische mensen die geworteld zijn in onze gemeente. Dat spreekt mij zeer aan, niet in de laatste plaats omdat ik me hier erg in herken. Mijn familie woont al generaties in deze regio en om uiteenlopende redenen heb ik met alle vier voormalige gemeenten in meer of mindere mate een band. Ik beschouw mijzelf dan ook als een echte ”Westerkertierder”.
Wonen en immigratie
Voor mij is het woningvraagstuk hét belangrijkste thema van deze gemeenteraadsverkiezingen. In een periode van woningnood moet de eerste verantwoordelijkheid van de gemeente ondubbelzinnig bij haar eigen inwoners liggen. Onze starters, gezinnen en ouderen moeten hier kunnen blijven wonen.
Helaas is dit geen vanzelfsprekendheid. Voor een deel heeft dit ermee te maken dat we ook in het Westerkwartier in toenemende mate de gevolgen van grootschalige immigratie zien. Hoewel de problemen hier (nu nog) minder zichtbaar, talrijk en ontwrichtend zijn dan in sommige grote steden en in dorpen met een groot azc, is de ontwikkeling zorgelijk. Het is al jaren onmogelijk uit te leggen dat onze eigen inwoners soms jarenlang moeten wachten op een woning, terwijl mensen die via tal van veilige landen en uit volstrekt andere culturen hier met voorrang worden gehuisvest en hun integratie, op zijn zachtst gezegd, lang niet altijd vanzelfsprekend is – en vaak zelfs simpelweg onmogelijk.
Wat mij betreft moet de gemeente binnen haar wettelijke mogelijkheden en bevoegdheden dan ook alles op alles zetten om de druk op onze woningmarkt niet verder te vergroten. Daarom ben ik zowel tegen het in stand houden van de voorrangsregeling voor statushouders als tegen de vestiging van een azc in onze gemeente – of deze nu klein- of grootschalig is en of deze nu tijdelijk of duurzaam is. Ons land, onze provincie en onze gemeente hebben méér dan genoeg gedaan.
Tegelijk moeten we bouwen. Voldoende betaalbare huur- én koopwoningen voor starters, gezinnen en ouderen. Belemmeringen voor woningbouw moeten waar verantwoord mogelijk worden versoepeld. Denk aan optoppen, woningsplitsen en het bouwen naast of achter bestaande woningen, bijvoorbeeld voor mantelzorgers. Inbreiding – bouwen binnen bestaande kernen – verdient daarbij de voorkeur, zodat kostbare landbouwgrond en natuur zoveel mogelijk behouden blijven.
Leefbaarheid en identiteit
Leefbaarheid betekent het behoud van voorzieningen zoals zwembaden, bibliotheken en dorpshuizen, juist ook in kleinere kernen. Ook onze verenigingen zijn van grote waarde. Zij versterken de gemeenschapszin. Om deze reden dienen ook initiatieven die de Westerkertierder cultuur en identiteit behouden en versterken, bijvoorbeeld op het gebied van de lokale geschiedenis, tradities of de streektaal, te worden ondersteund.
Uiteraard geldt hierbij dat voor elke euro die je uitgeeft, je deze eerst moet verdienen. Zeker met bezuinigingen op het gemeentefonds moeten we financieel realistisch blijven. ”Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen” is een van mijn lievelingsspreekwoorden uit het Nederlands – en zéér welkom in deze tijden van woningschaarste 😉
Ondernemers, boeren en energiebeleid
Ondernemers en boeren verdienen waardering en ruimte. Minder onnodige regelgeving, meer vertrouwen. Daarnaast moet het gemeentelijk klimaat- en energiebeleid realistisch, effectief en betaalbaar zijn, waarbij pragmatisme boven utopisch en ideologisch maakbaarheidsdenken dient te gaan. Wat VZ en mij betreft is er in het Westerkwartier geen plaats voor zonneparken op landbouwgrond (wél op daken) die ook gebruikt kan worden om te boeren of te bouwen.
Veiligheid is geen bijzaak, maar een basisvoorwaarde
Iedereen in het Westerkwartier moet zich veilig kunnen voelen — op straat, in de wijk en thuis. Over veiligheid mag geen enkel taboe bestaan. Problemen moeten benoemd en daadkrachtig aangepakt worden. Dat betekent: drugsoverlast hard aanpakken, cameratoezicht waar nodig inzetten en de bevoegdheden van onze BOA’s uitbreiden. Veiligheid is er voor iedereen, en we kijken niet weg.
Kleine, duidelijke en slagvaardige overheid
Ik sta voor een kleine maar slagvaardige overheid. Een gemeente die zich richt op haar kerntaken, niet overal bovenop zit en niet onnodig regels stapelt. Een bestuur dat helder communiceert in begrijpelijke taal, zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn. Vanuit mijn achtergrond als neerlandicus weet ik hoe belangrijk duidelijke communicatie is.
Referendum en zeggenschap
Politiek moet dienstbaar zijn, niet betuttelend. Daarom ben ik een groot voorstander van een referendumverordening in het Westerkwartier. Besluiten die inwoners direct raken, verdienen directe betrokkenheid van die inwoners. Macht en zeggenschap moeten zo dicht mogelijk bij de burger liggen. Niet bij ongekozen bestuurders, beleidsmakers of activisten – soms ver buiten onze landsgrenzen – maar bij de mensen die hier wonen en werken. Meer directe inspraak vergroot het vertrouwen in de (lokale) democratie – en dat is in deze tijd keihard nodig.
Mochten deze punten u aanspreken, dan hoop ik op 18 maart aanstaande op uw stem te rekenen. U kunt mij vinden op plek 12 van lijst 1.
