Koen Meier

Ik ben een geboren en getogen Stadjer. Ik had eerst met m’n vader en later met
m’n vrouw Sietske een schoenenwinkel in Groningen. Beide zonen hadden andere
interesses en wonen in Californië en Noorwegen. Als vijfde generatie zijn we in
2005 met de winkel gestopt. Ik zat in allerlei besturen – zie Linkedin Koen Meier –
en was ten tijde van de invoering van het Verkeerscirculatieplan medeoprichter van
de Stichting Activiteiten Binnenstad die, tegen alle negatieve publiciteit in,
positieve reclame maakte voor winkelen en uitgaan in Groningen.
In 1975, 51 jaar geleden, gingen we in Zuidhorn wonen.
De aankomst per trein in Zuidhorn was met het oude stationsgebouw zo sfeervol
dat we, terwijl we nog in het nieuwe huis klusten, al een handtekeningenlijst tegen
de sloop van het station tekenden. In die tijd werd de Historische Kring opgericht,
waar we direct lid van werden. Ik ben er zes jaar secretaris van geweest.
Logisch dat tradities (paasvuren en carbidschieten), de sfeer van de dorpen,
borgen, het houtwallen- en het wierdenlandschap hoog in m’n vaandel staan. Geen
zonnevlaktes en windmolens erbij! Tot mijn verbijstering las ik dat een raadslid
vindt dat het Nationaal Rijtuigmuseum maar dicht moet. Juist niet; de musea in
Ezinge, Aduard, Leek en Grootegast verdienen steun. Ze zijn voor kleinschalig
toerisme net zo belangrijk als oude kerken, kerkenpaden en fietspaden door
onbedorven cultuurlandschappen.
Cultuurhistorie hoort bij een Sterk Westerkwartier.